In een serie van 10 blogs neem ik je mee in het gedachtegoed van GEA (General Enterprise Architecting). Dit doe ik aan de hand van 10 figuren uit het recent verschenen boek ‘GEA enterprisearchitectuur in de praktijk’. In mijn vorige blog heb ik uitgelegd hoe je de brug slaat van het bedenken van een oplossing voor een vraagstuk naar het veranderportfolio. In deze blog maak ik de stap van het oplossen van één vraagstuk naar het permanent sturen op samenhang.

De figuur

Het verhaal erachter

In de eerste vijf blogs heb ik de nadruk gelegd op het oplossen van één enterprisevraagstuk. Dat is natuurlijk een belangrijk doel van het toepassen van GEA. Maar als er een vraagstuk is opgelost, staat het volgende vraagstuk doorgaans alweer voor de deur. En dat gaat, door een snel veranderende omgeving, in een steeds sneller tempo. Steeds vaker zijn de vraagstukken bovendien disruptief van aard.

Enterprisearchitectuur kan helpen om elk vraagstuk snel en adequaat te voorzien van de juiste oplossingscontour, maar alleen als de architectuurfunctie in alle benodigde aspecten is ingericht. Vergelijk het met een dokterspraktijk. Die is ook niet ingericht om één behandeling uit te voeren, maar om op permanente basis zorg te verlenen. En dat vereist een ingerichte dokterspraktijk met de juiste mensen, de juiste middelen, duidelijkheid over te leveren diensten & producten, de besturing van de praktijk en een visie op het doktersvak.

In GEA hebben we de architectuurfunctie beschreven in zeven componenten. Deze componenten geven – in samenhang uiteraard – invulling aan de ‘architectuurpraktijk’. Ik typeer elke component kort en geef voorbeelden van de invulling ervan binnen GEA.

Visie

De visieop enterprisearchitectuur vormt het fundament van GEA en is leidend voor de inrichting van de andere componenten. De in mijn eerste blog verwoorde basisfilosofie ‘Betere samenhang leidt tot betere prestaties’ is hiervan een onderdeel, naast veel bedrijfskundige theorieën en gebundelde ervaringen met enterprisearchitectuur bij veel grote organisaties.

Processen en Producten

De componenten processenen productenbeschrijven de activiteiten die de enterprisearchitect uitvoert en de producten die daarvan het resultaat zijn. Het stappenplan (zie blog #3) is een voorbeeld van een architectuurproces. Bij permanente toepassing van sturen op samenhang komen daar nog processen bij, zoals het ‘bewaken van de architectuurkaders’ tijdens de realisatie van veranderingen. Het GEA-framework (zie blog #2) is een voorbeeld van een product, net als de oplossingscontour van een enterprisevraagstuk.

Mensen

Het succes van enterprisearchitectuur hangt onder meer af van de competenties van de enterpriseachitect. De component mensenbevat daarom een competentieprofiel. Hiermee kan worden getoetst of een iemand over de juiste competenties beschikt om op de juiste manier de processen uit te voeren en producten van de juiste kwaliteit te leveren.

Middelen

Om de architectuurfunctie goed te kunnen uitvoeren zijn middelennodig. Naast financiële middelen die de architectuurpraktijk mogelijk maken gaat het ook om hulpmiddelen die de architect in het werk ondersteunen, zoals architectuurmethoden, -tools en -talen, metamodellen, templates en opleidingen.

Besturing

De architectuurfunctie kent naast veel uitvoerende activiteiten ook (eigen) besturingsprocessen. Architectuurwerk wordt ook gepland, beoordeeld op voortgang en waar nodig bijgestuurd. Oftwel: de Plan, Check en Act uit de ‘architectuur PDCA-cyclus’.

Methode

Alle onderdelen van GEA vormen samen een methode voor enterprisearchitectuur, in de zin dat het een ‘vaste, weldoordachte manier van handelen’ is om een zeker doel te bereiken. En daarmee is het meer dan een eenmalige actie, en permanent inzetbaar om enterprisevraagstukken op te lossen.

In mijn volgende blog ga ik dieper in op de competenties waarover een enterprisearchitect moet beschikken om succesvol te zijn. De mens is en blijft de cruciale succesfactor.

Kijk hier voor een preview van het boek ‘GEA Enterprisearchitectuur in de praktijk’.