Drie jaar regioarchitectuur bij Zorgring
Bouwen aan samenhang in regionale databeschikbaarheid
Na ruim drie jaar heb ik onlangs mijn opdracht als regioarchitect bij Zorgring afgerond. Niet omdat het vraagstuk klaar is, integendeel, maar omdat voor mij een nieuwe levensfase is begonnen. Ik ben met vervroegd pensioen gegaan. Al voelt dat woord nog wat onwennig, want lesgeven (wat ik ook deed) vind ik nog veel te leuk. Voor Solventa blijf ik daarom voorlopig op afroep trainingen verzorgen. Klantopdrachten doe ik echter niet meer.
Voor mijn vertrek wilde Zorgring een interview met mij afnemen. Die gelegenheid greep ik aan als moment om eerst zelf te reflecteren op mijn opdracht. Niet alleen op wat er is opgeleverd, maar vooral op wat ik heb geleerd over regionale samenwerking, databeschikbaarheid en de rol van architectuur in een complex zorglandschap.
Een opdracht met inhoudelijke én maatschappelijke betekenis
De belangrijkste reden om destijds bij Zorgring aan de slag te gaan, was de combinatie van inhoudelijke uitdaging en maatschappelijke relevantie. De regio stond voor de opgave om richting te geven aan transmurale databeschikbaarheid: het beschikbaar maken van zorggegevens over organisatiegrenzen heen, voor betere zorg aan patiënt en cliënt.
Toen ik begon, was er nog geen uitgewerkt beeld van wat regioarchitectuur in deze context precies moest zijn. Er waren wel richtinggevende principes vanuit het bestuur, maar het bouwwerk moest nog worden ontworpen. Inmiddels ligt er een door het bestuur vastgestelde architectuurgovernance en een regioarchitectuur met principes, een doelarchitectuur, gemeenschappelijke voorzieningen, standaarden en een toetsingsmodel. Daarmee is een stevige basis gelegd om veranderinitiatieven in de regio meer richting en samenhang te geven.
Juist de combinatie van zorginhoudelijke urgentie en architectonische opbouw maakte deze opdracht betekenisvol.
De techniek is zelden het grootste probleem
Een belangrijke les uit deze periode is dat databeschikbaarheid in een regio vooral een samenwerkingsvraagstuk is. Natuurlijk is technologie belangrijk. Zonder goede standaarden, voorzieningen, informatiemodellen en afspraken kom je niet ver. Maar de echte complexiteit zit meestal niet in de techniek.
De echte opgave is om organisaties met verschillende systemen, belangen, tempo’s en prioriteiten bij elkaar te brengen. Dat vraagt om vertrouwen, bestuurlijke aandacht en een gedeeld beeld van waar je als regio naartoe wilt.
Iedereen onderschrijft dat zorg rond de patiënt of cliënt georganiseerd moet worden. In de praktijk blijkt het echter moeilijk om werkelijk vanuit dat gezamenlijke perspectief te handelen. Organisaties hebben hun eigen opgaven, druk, verplichtingen en beperkingen. Juist daarom is architectuur belangrijk: niet als tekentafelactiviteit, maar als manier om overzicht, samenhang en richting te creëren.
De grootste opgave lag niet in het koppelen van systemen, maar in het verbinden van organisaties rond een gedeelde richting.
Van losse use-cases naar een gemeenschappelijke voorziening
Een valkuil bij regionale informatie-uitwisseling is dat de complexiteit wordt aangepakt via losse use-cases. Dat is begrijpelijk. Use-cases maken de behoefte concreet en helpen om urgentie zichtbaar te maken. Maar wanneer iedere use-case leidt tot een eigen oplossing, ontstaat versnippering.
Wat volgens mij echt verschil maakt, is de beweging van puntoplossingen naar een gemeenschappelijke voorziening. Een regionale data-infrastructuur die niet voor één specifieke toepassing wordt gebouwd, maar herbruikbaar is voor meerdere vormen van gegevensdeling, zowel voor primair zorggebruik als voor secundair gebruik, zoals kwaliteitsverbetering, onderzoek en sturing. Die omslag is essentieel. Alleen dan voorkom je dat de regio telkens opnieuw begint. En alleen dan ontstaat wendbaarheid.
Pas wanneer use-cases gebruik gaan maken van een regionale basisinfrastructuur, ontstaat echte wendbare regionale databeschikbaarheid.
Architectuur als middel om het gesprek te structureren
In mijn periode bij Zorgring heb ik opnieuw ervaren dat architectuur vooral waardevol is wanneer zij het gesprek helpt structureren. Niet door dikke documenten te produceren, maar door de juiste vragen op tafel te leggen:
Waar werken we gezamenlijk naartoe?
Welke principes geven richting?
Welke voorzieningen willen we regionaal organiseren?
Welke standaarden hanteren we?
Wanneer past een initiatief binnen de gekozen koers, en wanneer niet?
Die vragen zijn niet alleen technisch of inhoudelijk. Ze raken ook governance, eigenaarschap, financiering, besluitvorming en vertrouwen. Juist daarom vraagt regioarchitectuur om meer dan inhoudelijke deskundigheid alleen. Het vraagt ook om bestuurlijke sensitiviteit, het vermogen om perspectieven te verbinden en de discipline om steeds terug te keren naar het grotere geheel.
Architectuur kreeg waarde doordat zij het gezamenlijke gesprek ordende en keuzes expliciet maakte.
Samen puzzelen aan iets dat groter is dan één organisatie
Waar ik met veel plezier op terugkijk, is de samenwerking met mensen die zich oprecht inzetten voor de regio. In het bijzonder de samenwerking met mijn mede-regioarchitect Mark Wagenaar was voor mij van grote waarde. Zijn zorginhoudelijke en regionale ervaring, gecombineerd met mijn achtergrond in enterprise architectuur en architectuurfuncties, maakte dat we samen de grote puzzelstukken konden herkennen en ordenen.
Ook de Architecture Board, het management van Zorgring, de CxIO-tafel en het bestuur hebben een belangrijke rol gespeeld. De vaststelling van de regioarchitectuur was daarbij niet alleen een formeel besluit, maar vooral een bevestiging dat de regio bereid is om gezamenlijk richting te kiezen. Dat is misschien wel de kern van regionale architectuur: samen puzzelen aan een vraagstuk dat groter is dan één organisatie.
Regionale architectuur ontstaat door samen perspectieven te verbinden en stap voor stap een gedeeld beeld te bouwen.
De rol van de regioarchitect
In een regio ontstaan gemakkelijk veel initiatieven naast elkaar. Allemaal begrijpelijk, vaak ook waardevol, maar niet vanzelf samenhangend. De rol van de regioarchitect is om die initiatieven te verbinden en ervoor te zorgen dat ze bijdragen aan een gedeelde, duurzame infrastructuur.
Dat vraagt om inhoudelijke scherpte, maar ook om geduld. Regionale ontwikkelingen verlopen soms traag. Er zijn veel tafels, belangen en afhankelijkheden. Tegelijkertijd is het juist in zo’n omgeving belangrijk om koers te houden. Architectuur helpt daarbij, mits zij verbonden blijft met de praktijk en met de mensen die het moeten doen.
De regioarchitect bewaakt de samenhang tussen initiatieven, infrastructuur en het gezamenlijke regionale belang.
Wat ik bestuurders zou willen meegeven
Als ik bestuurders in de regio één boodschap zou mogen meegeven, dan is het deze: investeer niet alleen in regionale data-infrastructuur, maar ook nadrukkelijk in regionale datakwaliteit.
Met de opkomst van AI wordt de kwaliteit van data steeds bepalender voor de waarde van informatie. Slechte of inconsistente data leiden tot verkeerde inzichten en mogelijk verkeerde beslissingen. Tegelijkertijd is goede data een randvoorwaarde voor de verdere ontwikkeling naar zorgnetwerken. Samenwerking over organisatiegrenzen heen kan alleen goed functioneren wanneer partijen kunnen vertrouwen op eenduidige, consistente en bruikbare informatie. Databeschikbaarheid zonder datakwaliteit is uiteindelijk onvoldoende.
Bestuurlijke sturing op databeschikbaarheid vraagt daarom óók om expliciete sturing op datakwaliteit.
Een wens voor Zorgring en de regio
Voor Zorgring en de regio is het belangrijk dat het vertrouwen en de samenwerking worden vastgehouden die nodig zijn om verder te bouwen aan databeschikbaarheid.
Het is pas echt goed gekomen wanneer organisaties niet uitgaan vanuit hun eigen systeem of organisatie, maar vanuit de gezamenlijke verantwoordelijkheid van goede zorg voor patiënt en cliënt. Als gegevens daar vanzelfsprekend in meebewegen, is de regio een grote stap verder.
Mijn wens is dat vertrouwen, samenwerking en gedeelde richting behouden blijven, zodat databeschikbaarheid een vanzelfsprekend onderdeel wordt van regionale zorg.
Voor mij zit de waarde van de afgelopen drie jaar precies daarin: bijdragen aan richting en samenhang in een vraagstuk dat ertoe doet.